Wie een tuincentrum binnenstapt, krijgt al snel de indruk dat elk lapje grond voortdurend meststoffen nodig heeft. Je vindt tientallen producten om gazons, borders, hagen, rozen, groenten extra te bemesten. Toch is de realiteit veel eenvoudiger: de meeste tuinen in Vlaanderen en Nederland zijn vandaag eerder overbemest dan onderbemest.
Dat klinkt misschien vreemd, maar veel planten krijgen elk voorjaar een flinke portie voeding terwijl dat eigenlijk niet nodig is. Zeker als je in je tuin jaarlijks compost toevoegt en goed mulcht, zit er vaak al meer dan voldoende voeding in de bodem. Een gezonde tuin begint dus niet bij meststoffen, maar bij een gezonde bodem.
Waarom te veel meststoffen een probleem zijn
Veel mensen denken dat extra voeding automatisch leidt tot sterkere planten en meer bloemen. Maar te veel meststoffen hebben vaak het tegenovergestelde effect. Planten gaan er dan misschien wel sneller van groeien, ze worden tegelijk gevoeliger voor schimmels en ziektes. Als je het soort meststoffen niet juist kiest, kan je soms vooral bladgroei krijgen in plaats van bloemen of vruchten. En bij vaste planten kan té veel extra voeding een reeks aan problemen veroorzaken, van bruine blaadjes over wortelschade tot slappe planten.
Compost en mulch
Voor je naar meststoffen grijpt, kijk je best eerst naar de bodem zelf. Is die luchtig of zwaar? Bevat hij voldoende organisch materiaal of ziet de grond er arm uit? Blijft water staan of droogt de grond snel uit? Of je bodemtype nu zand, leem, klei of een combinatie is: elk soort grond heeft baat bij een stevige laag compost, zowel in het voor- als najaar. Dat is de sleutel tot een gezonde bodem.
Compost moet vanaf nu je nieuwe beste vriend worden in de tuin. Het is een organische bodemverbeteraar die ontstaat door de vertering van tuinafval. Compost verrijkt je bodem en maakt hem jaar na jaar luchtiger, waardoor het bodemleven volop kan floreren.
Mulch is dan weer de verzamelnaam voor de natuurlijke beschermlaag die je op je bodem legt. Het zorgt ervoor dat de bodem minder snel uitdroogt en dat onkruid minder kans krijgt om te groeien. Doordat de zaadjes ervan geen zonlicht krijgen, kunnen ze niet ontkiemen. Mulchen kan met verschillende materialen: compost is een uitstekend idee, maar ook stro, gemaaid gras of gehakseld snoeiafval werken prima.
Leer meer dankzij onze video's
Wist je dat we ook een goed gevuld YouTube-kanaal hebben? Met meer dan 450 video's hebben we een grote database aan informatie. Neem zeker een kijkje op YouTube en abonneer je, dan blijf je op de hoogte van de nieuwste video's.
In deze video van de Podkas vertellen Angelo en Floor je alles over composteren en hoe compost andere meststoffen quasi overbodig maakt.
Tips voor als je bemest
Welke planten geef je meststoffen?
Hoewel onze tuinen door de band genomen dus geen extra voeding nodig hebben, zijn er enkele uitzonderingen.
Nieuwe aanplant in je tuin kan extra voeding gebruiken. De planten hebben erg veel energie nodig om hun wortelstelsel uit te zetten in de bodem en zich te settelen in hun nieuw omgeving. Wat ondersteuning bij dat proces is zeker welkom, in de vorm van meststoffen die extra stikstof bevatten.
Planten in een pot kunnen de eerste weken groeien dankzij de voedingsstoffen die aanwezig zijn in potgrond. Na een maand of drie zijn de meeste types potgrond echter uitgeput, net op het moment waarop veel planten in volle bloei zijn. Ook zij hebben baat bij meststoffen.
Snelle groeiers en bloeiers, zoals tomaten, pompoenen, dahlia's, rozen of eenjarige zomerbloeiers, kunnen ook een extraatje verdragen. Zij hebben meestal slechts twee seizoenen de tijd om van zaadje uit te groeien tot een vruchtdragende plant en verbruiken daarbij veel energie. Ook daar komen meststoffen van pas.
Welke meststoffen kies je?
Als je toch beslist om (delen van) je tuin te bemesten, zorg er dan voor dat je de juiste meststoffen uitkiest. Zoals gezegd is het aanbod in de winkels groot, maar als je een keuze maakt, ga dan voor organische meststoffen! Die werken trager, maar ook langer. Ze voeden niet alleen de plant, maar verbeteren tegelijk de bodem.
Meststoffen met extra stikstof erin, zijn nuttig voor groeiende planten. Het helpt hen om sterk blad en stevige stelen te ontwikkelen. Je kan die kopen in korrelvorm en zo makkelijk uitstrooien over grote stukken grond.
Meststoffen voor potplanten zijn erg handig als je ze koopt in vloeibare vorm. Die verdun je in water en kan je via de gieter toevoegen.
Meststoffen met wat meer kalium helpen tot slot bij de ontwikkeling van vruchten of bloemen.
Overweeg om zelf meststoffen te maken, bijvoorbeeld door brandnetelgier te maken. Door ongeveer een kilo brandnetels een tweetal weken te laten trekken in een emmer water, krijg je een (sterk ruikende) vloeistof die rijk is aan stikstof en dus ideaal is voor jonge planten. Gebruik het goedje wel verdund, want pure brandnetelgier is vaak te sterk voor planten.
Wanneer bemesten?
Strooi meststoffen in korrelvorm uit over de bodem net vooraleer er regen aankomt. Het water helpt de mest om sneller in de bodem te dringen en daar aan het werk te gaan.
Bekijk plant per plant: meestal kunnen ze wat extra meststoffen gebruiken wanneer ze in hun groeiperiode zitten of veel energie verbruiken om vruchten of bloemen te vormen.
Gebruik geen meststoffen tijdens langdurig droge of zeer warme periodes.
Minder meststoffen is vaak beter
De beste tip rond meststoffen? Geef er liever te weinig dan te veel. Kijk vooral goed naar je planten. Hebben ze gezond blad, groeien ze normaal en bloeien ze mooi? Dan hoef je meestal niets extra te doen. Enkel wanneer planten duidelijk achterblijven, geel worden of weinig groeien, kan extra voeding nuttig zijn.
Wie inzet op compost, mulch en een gezonde bodem, zal merken dat planten sterker en weerbaarder worden. En dat is uiteindelijk precies wat we willen als tuiniers: een stukje natuur in onze achtertuin dat zichzelf steeds beter in evenwicht houdt.