Een merel die tussen de bladeren scharrelt, een mees die aan een tak hangt of een roodborstje dat komt kijken terwijl je tuiniert. Vogels in de tuin zorgen altijd voor leven in de brouwerij. Ook als de bloemen uitgebloeid zijn en je zelf liever binnen blijft.
Het goede nieuws is: je hoeft geen grote tuin te hebben om al iets te kunnen betekenen voor vogels en andere tuindieren. Met een stukje beplanting, vers water en een beschutte plek kom je al een heel eind. Kijk eens wat jouw tuin vandaag al te bieden heeft en ontdek met onze tips hoe je nog verbeteringen kan aanbrengen.
Ook in een kleine tuin valt iets te halen
Vogels zoeken voedsel, water en plekken om te schuilen en te nestelen. Je tuin hoeft niet in al die behoeften tegelijk te voorzien. Een kleine stadstuin kan een perfecte tussenstop zijn met drinkwater en insecten tussen de planten. Een haag bij de buren biedt misschien de beschutting die bij jou ontbreekt.
Kijk daarom eerst naar de ruimte die je wél hebt. Kan er langs de afsluiting een strook planten komen? Is er plaats voor een struik of een klimplant tegen de muur? Met beplanting op verschillende hoogtes haal je meer uit dezelfde oppervlakte. Ook een smalle border kan deel uitmaken van een vogelvriendelijke tuin.
Welke vogels komen vandaag al op bezoek?
Neem eens de tijd om te observeren welke vogels in de tuin langskomen. Je hoeft hun namen niet allemaal te kennen. Let op waar ze landen, waar ze voedsel zoeken en waar ze naartoe vliegen als ze schrikken.
Misschien zie je een merel tussen de bladeren zoeken, terwijl mezen de takken en stengels afgaan. Die verschillen helpen je om te begrijpen waarom een tuin met verschillende soorten groen interessant is. Niet iedere vogel zoekt zijn eten op dezelfde plek.
Wil je vogels beter leren herkennen? Begin met een paar vertrouwde bezoekers. De pimpelmees heeft een blauw petje; de koolmees een zwarte kop. Door telkens één kenmerk te onthouden, leer je ze gaandeweg uit elkaar houden.
Voedsel en water voor vogels in de tuin
Een voederplek is een manier om vogels te helpen, maar kijk ook naar wat ze zelf al kunnen vinden tussen je planten. Een border kan insecten aantrekken en later in het jaar zaden opleveren. Dan heb je in één klap twee natuurlijke voedselbronnen in je tuin zonder dat je zelf iets moet doen daarvoor.
Het begint bij de planten in je border
Veel vogels eten insecten. Ook jonge vogelsoorten die als volwassen dier vooral zaden eten, hebben in het begin insecten nodig. Met bloeiende planten die insecten aantrekken, draag je dus ook bij aan het voedselaanbod voor vogels. Denk bijvoorbeeld aan duizendblad, wilde marjolein en kogeldistel. Geef ook inheemse planten een plek in je tuin en kies soorten die passen bij de hoeveelheid zon en de grond.
Als je vaste planten kiest, kijk dan verder dan de bloemen alleen. Wat blijft er over na de bloei? De zaadhoofden van bijvoorbeeld zonnehoed of grote kaardenbol kunnen voedsel bieden aan vogels. Knip daarom niet automatisch alles af zodra de bloemen verwelken.
Wil je een nieuwe border aanleggen en zoek je een combinatie om mee te beginnen? Ons Borderpakket Vogels & bestuivers is samengesteld met aandacht voor bloemen én zaden. Je ontvangt er een beplantingsplan en plantgids bij. Het pakket is bedoeld voor een zonnige plek met goed doorlatende grond.
Bijvoederen doe je zo
Wil je aanvullend voederen, hou dan deze tips in je achterhoofd.
Gebruik geschikt vogelvoer, bijvoorbeeld een zadenmengsel of zonnebloempitten. Geef kleine hoeveelheden en haal natte of beschimmelde resten weg.
Wie graag DIY-projectjes doet, kan ook zelf aan de slag met appel of pinda's om een voederslinger te maken. Ook vetbollen met zaden en pitten kan je gemakkelijk zelf maken.
Als je liever vetbollen koopt, kies er dan zonder plastic netje. Steek ze in een herbruikbare houder.
Maak de voederplek regelmatig schoon. Een silo ophangen is snel gebeurd, maar het onderhoud hoort erbij.
Voor drinkwater heb je geen vijver nodig. Een brede, ondiepe schaal volstaat. Een onderzetschaaltje van een bloempot kan daar prima voor dienen. Zet de waterschaal op een veilige plek, waar katten zich niet vlak ernaast kunnen verstoppen. Ververs het water dagelijks en houd de schaal schoon. Bij vorst vervang je het bevroren water door vers water; voeg geen zout of andere middelen toe.
Vogels in de tuin: veiligheid eerst
Een tuin met alleen maar lage planten biedt weinig plekken om weg te duiken. Combineer je vaste planten daarom, waar mogelijk, met een struik, haag of klimplant. Dat groen kan beschutting bieden en sommige soorten vinden er ook nestgelegenheid. Ook in een kleine tuin is die hoogte interessant. Een begroeide afsluiting neemt minder grondoppervlakte in dan een brede struik.
Laat daarnaast wat afgevallen bladeren liggen onder de beplanting. Tussen die bladeren zitten kleine diertjes waar vogels naar kunnen zoeken. Houd je paden en gazon wel vrij van herfstbladeren.
Een nestkast kan een aanvulling zijn. Kies een kast die past bij de vogels die in je omgeving voorkomen en hang die op een rustige plek, buiten het bereik van katten. Voor veel gebruikelijke nestkasten is een opening naar het noorden of oosten geschikt, uit de volle zon en met een vrije aanvliegroute. Je kan een kast al in het najaar ophangen, zodat vogels eraan kunnen wennen.
Drie dingen die je meteen kan doen
Wil je meer vogels in de tuin, maar weet je niet waarmee te beginnen? Kies één van deze drie klusjes:
1. Zet een ondiepe waterschaal neer. Zoek een veilige, overzichtelijke plek en neem het verversen mee in je dagelijkse ronde.
2. Herwerk één stukje border. Is er ruimte om je bestaande beplanting aan te vullen of wil je wat planten vervangen door vogelvriendelijke exemplaren? Kies planten die bij de standplaats passen.
3. Laat een hoekje met rust. Laat uitgebloeide zaadhoofden staan en schuif wat bladeren onder de struiken.
Begin bij de plek die je vanuit je keuken of woonkamer goed kan zien. Dan kan je de komende weken volgen wat er verandert en welke (nieuwe) vogels je te zien krijgt in je tuin.